Als de stad ontwaakt…

Het is even na zes uur en ik fiets door de stad die aan het ontwaken is. Zo’n moment dat er nog stilte heerst, je de vogels hoort maar er al rimpelingen van mechanisch geluid aanzwellen. Een auto die passeert, een scooter die door de stilte scheurt als een haaienvin door een kalme zee, een hek dat open wordt gerold met piepend metaal.

Het is nog koel maar de hitte die de dag zal vullen begint zich al duidelijk uit te rekken. Aan de overkant van de straat rent een hardloper. Een fietsforens zoeft voorbij.

De geeuwende stad geeft me het gevoel dat Jacques Dutronc bezingt in een van de mooiste chansons Il est cinq heures, Paris s’éveille, ook al speelt zich dat een uur eerder af. Er is ook een Nederlandstalige versie van, Rotterdam wordt wakker, door Simon Stokvis:

Ik kom als laatste uit de kroeg

Is het nou laat of is het vroeg?

De vuilniswagens gaan op pad

Kruipen als slakken door de stad.

Dat klinkt wat minder romantisch maar de tekst zit dicht op het origineel.

In een portiek zie ik twee daklozen die verkeren tussen slapen en wakker zijn. We kijken elkaar aan in het voorbij gaan. Er ontwaakt een gevoel van compassie en ik vraag me af wat ik zou doen als het mijn portiek was. Hen geld of eten geven? Of nee, de politie bellen? Bij de laatste gedachte huiver ik. Terwijl ik op het punt sta alle opties langs te gaan, bedenk ik net op tijd dat dit geen ‘wat zou jij doen?’ probleem is. Die benadering verlamt meestal bij grote problemen, als die al niet voor paniek zorgt. De reactie rechtvaardigt vervolgens harteloosheid. Het is een ongemerkt giftige manier van denken. Dakloosheid is geen probleem dat een individuele burger kan of moet oplossen. Er moet opvang komen, weet ik veel, ik probeer het van me af te duwen.

De gedachte kwam op omdat we elkaar aankijken. Ineens valt me op dat op dit tijdstip iedereen elkaar aankijkt. Niet alleen mensen. Ik zie de vogels en zij zien mij. Een kat steekt zijn kop om de hoek en idem. Er hangt door de rust een soort vredigheid in de lucht. Ik rij de fietsenstalling binnen. De fietsenmaker staat bij de ingang, we groeten elkaar. Iedereen lijkt elkaar te verwelkomen of op z’n minst op te merken.

Dat is alleen rond dit uur van de dag bedenk ik. De klok kruipt verder en ergens bereikt de wijzer een punt dat deze magie verdwijnt, dat de stad de stad wordt, de herrie aanzwelt, de haast toeneemt, de blikken afgewend worden, de cape van anonimiteit wordt omgedaan.

Fotografen noemen het moment waarop het zonlicht voorzichtig langs de hemel trippelt magic hour. Maar het wonder geldt dus niet alleen voor het licht.

In de trein is iedereen stil, de conducteur wijst reizigers er via de snerpende intercom op dat in de stiltecoupé, waar ik zit, niet gepraat of gebeld mag worden. Fijn maar toch alsof je in een natuurgebied met een megafoon stilte! roept. Even later begint een vrouw achter me te bellen. 6:38. De betovering van de dageraad is weg. Morgen weer genieten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.