Categoriearchief: Boeken

Het wrede ‘maar’

In een van de mooiste boeken die ik de afgelopen jaren las, Kom Hier Dat Ik U Kus, schrijft Griet Op de Beeck ergens dit zinnetje:

“Maar” is het ergste woord.

Sindsdien let ik er op en verdomd het is waar. Maar is als de uitgestoken hand die plots wordt teruggetrokken, als het geschenk waar verplichtingen aan blijken te kleven. Maar is een camouflagewoord om iets te zeggen wat eigenlijk niet gezegd kan worden. “Ik ben geen racist maar…” En dan volgt er altijd iets racistisch. Achter ‘maar’ schuilen vaak hele ideologiën die zich niet willen laten verdringen.

Vanochtend zag ik deze kop met ‘maar’. Hier is het gewoon wreed. Een beter leven voor de plofkip wordt er plots een nadeel door.

Waarom staat er niet gewoon ‘en’? In het antwoord op die vraag zit vast een ‘maar’.

Boeken die je leven veranderen

vanity fair france, augustus 2015

vanity fair france, augustus 2015

In de Franse editie van Vanity Fair (ja, ik lees de gekste dingen om die taal een beetje onder de knie te krijgen) werd acteur Mark Ruffalo gevraagd naar het boek dat zijn leven veranderd had. Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet precies weet wie Ruffalo is, noch of ik ooit een van zijn films heb gezien maar het is zo’n vraag waarvan je meteen denkt ‘wat zou ik antwoorden’. Net zoals je dat hebt bij de ‘Favoriete Top 10 (iets) van…’ Daarom zijn dergelijke lijstjes populair in de verstrooiende media. Ze houden de lezer bezig.

Het overdenken van je eigen keuze is leuk maar zo’n lijstje uiteindelijk echt maken is dat aanzienlijk minder. Althans dat is mijn ervaring nadat de Stolwijker Courant me een keer om mijn 10 favorieten vroeg. Je ijdelheid wordt alleen al door de vraag gestreeld en je gaat er als amateur curator serieus over nadenken, wilt cliché’s vermijden en voorkomen dat je in het web van snobisme verstrikt raakt, waar de zucht naar originaliteit je nu eenmaal al snel heen voert.
Ik bedoel, zo’n lijstje is toch een soort portretfoto. Ik ben om te beginnen niet zo dol op portretfoto’s omdat ik er nooit zo op sta als ik denk dat ik ben, of erger, zou willen zijn. Vroeger kon ik dat nog toeschrijven aan het effect van de spiegel, dat je iedere ochtend een omkering van jezelf ziet, maar sinds de selfie is dat excuus verpulverd. Zo’n lijstje is trouwens een selfie avant la lettre want bij de keuze van favorieten heb je het portret dat je van jezelf schetst helemaal in de hand. En dan nog klopt het niet. Ik lijk gewoon niet zoveel op wie ik ben, houd ik mezelf ter bescherming maar voor. Waarom ik het dan toch deed? IJdelheid, al denk ik natuurlijk zelf dat ik niet ijdel ben.

Routiniers, die ook altijd fotogeniek zijn, laten dergelijke lijstjes waar ze voortdurend om gevraagd worden door anderen samenstellen, weet ik uit ervaring, of stoppen er voor de grap keuzes in die nergens op slaan. Dat laatste ontdekte ik toen ik in zo’n lijstje – ik ben de maker prompt vergeten – eens een obscure Russische componist tegenkwam waar nauwelijks werk van beschikbaar is. Nieuwsgierig geworden wist ik in de krochten van internet een cd op te sporen die weken later in de bus viel. Hup in de speler, klaarzitten en…. het was niks bijzonders. Verdomme, weer gestruikeld bij een poging als een man van de wereld door het leven te gaan.

Welk boek heeft mijn leven dan veranderd? Dat zijn er te veel om op te noemen maar toen ik in de twintig was en nog een romantisch beeld had van revoluties las ik ‘Tussen de Raderen’ (L’engrenage) van Jean-Paul Sartre. Het is een van zijn minder bekende werken en in het Nederlands alleen nog via het antiquariaat verkrijgbaar. Geschreven in de vorm van een filmscenario is het misschien niet een van zijn beste boeken maar het geeft wel een helder beeld waarom revoluties mislukken en bevrijders zich ontpoppen tot de dictators die ze zelf eerst hebben afgezet. Dat gaat over meer dan politiek. Voilà: een van de grootste valkuilen in het leven is dat je wordt wat je haat. Ik haal het boek van Sartre nog met enige regelmaat aan als ik discussieer over politieke omwentelingen of onbegrepen karaktereigenschappen.

Het wil overigens niet zeggen dat ik me afkeer van revoluties. En passant bevat het boek ook de kern van het existentialisme zoals ik dat voor mezelf formuleer: dat je weet dat dromen niet gerealiseerd worden, is geen excuus voor passiviteit.

Mark Ruffalo antwoordde op de boekvraag Letters to a Young Poet van Rainer Maria Rilke. Ik kocht en las het meteen. Het is een dun boekje met 10 brieven, geschreven tussen 1903 en 1908, aan een jonge dichter genaamd Franz die zijn werk aan de grote dichter Rilke stuurde ter beoordeling. Wat me verraste is de betrokkenheid van Rilke. Hij neemt ruim de tijd om de geadresseerde, die kennelijk geplaagd wordt door de eenzaamheid van de onbegrepenen, te voorzien van levenslessen. “We zijn in wezen onuitsprekelijk alleen, vooral in die dingen die ons het meest intiem en meest belangrijk zijn”, schrijft hij en waarschuwt dat zijn adviezen niet vanzelfsprekend werken.

De vragen die het leven opwerpt zijn vaak interessanter dan de antwoorden, leert Rilke. “Sta toe dat het leven je overkomt.” Dat klinkt nogal boeddhistisch en toen ik later wat meer over Rilke las, kwam ik te weten dat zijn werk – en vooral ook dit boek – in de VS populair is omdat het zo goed aansluit bij de self help-industrie en de zweverige levensopvattingen die bloeien in een individualistische cultuur.
Dat zeg ik niet om af te doen aan Rilke. Integendeel, hij geeft lessen die meer dan de moeite waard zijn. “Het feit dat iets moeilijk is, moet een reden temeer zijn het te doen.” Dat is taal naar mijn hart. Al moet ik bekennen dat mijn hoofd er anders over denkt. Ik ben weliswaar gepassioneerd en gedreven maar tegelijkertijd ook meer van ‘waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan’. Ik bedoel dat niet ironisch, althans niet met opzet. En zeker nu niet. Rilke waarschuwt immers voor de ironie, hij maant de jonge dichter er zich verre van te houden. Of om preciezer te zijn, hij legt uit dat ironie goed van pas komt bij creatieve denkprocessen omdat het je beter in staat stelt het leven te begrijpen maar dodelijk is voor de diepgang. Dat komt eerlijk gezegd nogal paradoxaal op me over maar dat wil alleen maar zeggen dat ik er nog niet goed genoeg over heb nagedacht.

Ik deel overigens de mening van Rilke. Ironie is te vaak een veilig harnas voor mensen die het slagveld van het leven zelf niet eens durven betreden. Maar ik maak mezelf daar dus ook schuldig aan. Misschien is het gewoon een kwestie van ‘pick your battles’.

Wat ik eigenlijk wilde zeggen: die simpele favorietenlijstjes kunnen je meer bijbrengen dan je op het eerste gezicht zou denken. Dus mijn vraag is: welk boek veranderde jouw leven?

Ik las een vrouwenboek en vond het geweldig

Ga je Eat, Pray, Love doen, vroegen verschillende mensen toen ik vertelde dat ik op vakantie naar Bali zou gaan. Meestal lachten ze er een beetje cynisch bij, alsof ik ze verteld had dat ik een cursus tantrisch koken wilde volgen. Nee, drink, relax, sleep, riposteerde ik bij de tweede keer. 

Ondertussen wist ik natuurlijk helemaal niet waar ze het over hadden. Eat, Pray, Love, was dat niet zoiets als The Secret? Zo klonk het wel. 

 Dus zocht ik kort voor vertrek in maart het boek op in de iBook winkel. One Woman’s Search for Everything luidde de ondertitel. Meteen wilde ik het wegklikken. Getver, een vrouwenboek, reageerde ik in een reflex. Maar toen bedacht ik ineens dit: als er had gestaan One Man’s Search for Everything dan had ik het meteen gekocht. Hoezo zou de speurtocht van een vrouw niet interessant zijn? Wat is dat voor idiote opvatting? 

Als man leer je van kinds af aan van andere mannen dat je vrijwel alles waar ‘vrouwen’ voor staat moet mijden. Vrouwenwc’s, vrouwenwinkels, vrouwenauto’s, vrouwenhonden, vrouwendrankjes, vrouwenfilms, vrouwenbladen, vrouwenvoetbal, vrouwencafé’s, om maar wat voorbeelden te noemen. In onze hoofden heerst een strikte scheiding waar Saoedi-Arabië niet voor onder doet.

Ik kocht het boek. Het voelde een beetje als een daad van verzet. Wat kon me gebeuren? Het voordeel van e-readers – ik lees boeken hoofdzakelijk op mn iPhone – is bovendien dat niemand ziet wat je leest. Dus hoefde ik het ook niet in te kaften, zoals ov-reizigers wel doen met boeken waar ze niet mee gezien willen worden.

Ik begon te lezen en bleef lezen. Wat een aanstekelijk verhaal, vlot en slim geschreven, en vooral ook erg grappig. Ik heb niet vaak dat ik hardop moet lachen tijdens het lezen. Hierbij wel. 

Voor wie het helemaal niet kent, de ultrakorte samenvatting: een Amerikaanse journaliste van begin dertig – de schrijfster Elizabeth Gilbert zelf – raakt zoals alle dertigers in een existentiële crisis en besluit een wereldreis te maken. Drie maanden Italië (Eat), drie maanden India (Pray) en tot slot drie maanden Bali (Love). Dat verandert haar hele leven.

Het boek leest als een trein, serveert op toepasselijke wijze een buffet aan smakelijke weetjes en bevat prikkelende inzichten en observaties. Zoals bijvoorbeeld dat Amerikanen niet in staat zijn zich te ontspannen, ze weten gewoon niet hoe ze moeten niksen. Ze zijn verslaafd aan werken en als ze niet werken dan zijn ze druk bezig met zich te amuseren. Het is het land van entertainment en dat is iets heel anders dan ontspanning, dan niks doen. 

Gilbert heeft ook een interessante kijk op de landen die ze bezoekt. Italië is voor een Amerikaan toch anders dan voor een Europeaan. 

Het is ook een fris links boek. Amerikaans links natuurlijk maar wel met de universele linkse kenmerken: de liefde voor vrijheid, de zucht naar ontplooiing van jezelf en alle anderen, de afkeer van onrechtvaardigheid, de interesse in spiritualiteit en verheffing, het eindeloze getob over al die zaken en nog veel meer. Waarom lees ik dat nooit in Nederlandse boeken? Ik zal wel weer de verkeerde lezen.

Overigens moet je het boek niet in Nederlandse vertaling lezen. Die is namelijk afgrijselijk, een haastklus kennelijk om zoveel mogelijk mee te pikken van het succes. Het begint al bij de vertaalde titel. Die luidt Eten, Bidden, Beminnen. Ik geef toe dat het niet makkelijk is het werkwoord love in het Nederlands te vertalen maar wat gek is, is dat de werkwoorden in onbepaalde wijs staan. Ik had de voorkeur gegeven aan Eet, Bid, Bemin.

Het boek is ook verfilmd. Met Julia Roberts. Dat is – net als schrijfster Elizabeth Gilbert – een innemende, grappige vrouw maar toch geen goede keuze. Gilbert beschrijft hoe ze als vrouw van begin dertig worstelt met het bepalen van de rest van haar leven. Roberts is dat stadium overduidelijk al gepasseerd. Ik keek de film op de terugreis in het vliegtuig en heb daar nog steeds spijt van. Zoals een slecht dessert een hele avond kan verpesten. De film verhoudt zich tot het boek als een opgezet beest in het museum tot je favoriete huisdier: het uiterlijk mag dan hetzelfde zijn, de ziel ontbreekt. En een van de zaken die Eat, Pray, Love je leert is de noodzaak van bezieling.

Het boek, met tien miljoen verkochte exemplaren, en de film zijn geloof ik wel verantwoordelijk voor de totale verwoesting van een van de meest idyllische plekken van Bali. Gilbert beschrijft Ubud zo hemels dat hele volksstammen er neerstrijken en de oogstrelende rijstvelden om de stad worden volgeplempt met afzichtelijke villa’s die dienen als tweede of derde huizen van westerlingen. Het is het Torremolinos van de zelfzoekers geworden.

Het is geen wereldliteratuur maar wel een lekker vakantieboek met net genoeg suggesties om dat heerlijke vakantiegevoel te voeden dat je je leven bij thuiskomst drastisch anders gaat aanpakken en licht genoeg om er niet van te gaan somberen.

Het is natuurlijk ook allemaal lekker rooskleurig. Zoals filmrecesent Roger Ebert scherp opmerkte: it mercifully reverses the life chronology of many people, which is Love Pray Eat.

En ja, ik weet dat zo’n beetje alle vrouwen het al gelezen hebben, maar de mannen niet. Die hebben – zoals wel vaker – geen idee wat ze missen.