Categoriearchief: Twitter

Wat er overbleef van m’n goede voornemens voor 2018

Ik zocht het lijstje goede voornemens op dat ik begin 2018 opstelde. Eigenlijk wist ik dat ik dat niet moest doen. Maar ach, 2018 was toch al een algeheel kutjaar dus dat kon er ook nog wel bij. Natuurlijk had ik ook geen idee meer van wat ik me precies allemaal had voorgenomen maar het lijstje bleek gelukkig kort en opvallend doelgericht. Geen vage voornemens als ‘gezonder leven’ of ‘meer genieten’. 

Dit waren ze:

1. Een boek per week lezen. Dat heb ik een tijd redelijk volgehouden maar de tijdvretende verleiding van social media bleek te sterk. Of ik te zwak. Dus ik ben niet verder gekomen dan dertig boeken. Als je wilt weten welke het waren, vind je hier het overzicht.

2. De kwart marathon van Rotterdam binnen een uur rennen. Haha! Om te huilen. Ik ‘vergat’ te trainen, verscheen onvoorbereid aan de start. Dat bleef niet onbestraft: 1:16. “Het was de hel maar het was het waard,” noteerde ik op Instagram. Dat laatste was social media bluf, denk ik nu.

3. Niets kopen. Ik wilde meer burger worden en minder consument. Dat is wel enigszins gelukt. Natuurlijk niet helemaal ‘niets’ gekocht maar wel drastisch verminderd. Voor mij geen retail-therapy meer. Als ik kleding wil kopen vraag ik me eerst af welk kledingstuk uit m’n garderobe ik dan in ruil niet meer zal dragen. Resultaat: ik kom niet meer in kledingwinkels, ook niet online. Wat ook helpt: alle nieuwsbrieven opzeggen die je aanzetten tot kopen.

4. Geen wegwerpbekertjes meer gebruiken. Dat geldt vooral voor m’n werk. Ik was eerlijk gezegd vergeten dat ik het me had voorgenomen. Dus helaas.

5. De 40 kilometer van de Nacht van de Vluchteling binnen 9 uur lopen. De tocht ging om 00:00 bij de Erasmusbrug van start en ik finishte om 09:24 in Den Haag. Ik kan als excuus gebruiken dat ik onderweg m’n blaren moest laten behandelen door het Rode Kruis. Dat vergde enig oponthoud. En ja, ook die tocht was de hel. Heb me voorgenomen het nooit meer te doen. Tineke Ceelen denkt daar trouwens anders over.

6. Wijnglazen alleen bij de steel vasthouden. Ik weet dat ik er nog vaak aan gedacht heb maar het is me bij geen enkel glas gelukt. Ik heb wel veel geoefend maar het is zo’n gedragsverandering die maar niet wil lukken. Dus dat wordt een andere tactiek voor 2019: minder wijnglazen vasthouden.

Dat waren mijn goede voornemens voor 2018. Geen enkele heb ik volbracht.

Er zijn theorieën dat je geen goede voornemens moet maken omdat je er ongelukkig van wordt. De meeste mensen slagen er immers niet in zich er aan te houden en dan frustreert het alleen maar. Toen ik dat voor het eerst las nam ik me prompt voor nooit meer goede voornemens op te stellen. En verdomd: dat lukte niet.

Als ik zie dat ik geen enkele van mijn goede voornemens volledig gerealiseerd heb, stemt dat inderdaad mismoedig. Maar ik weet ook dat als ik ze niet gemaakt had, ik misschien helemaal geen boeken had gelezen of maar een stuk of vier, ik de 1/4 marathon niet had gelopen, m’n dierbare sponsors misschien geen 1600 euro hadden gedoneerd voor de vluchtelingen en ik in m’n vrije tijd nog steeds gedachtenloos door winkels liep te dolen om m’n kooplust te bevredigen. Zo bezien viel 2018 nog mee. En het voordeel van een slecht jaar is dat de kans groter is dat het volgend jaar beter wordt.

Kortom: wat zal ik me eens voor 2019 voornemen? Voor de 1/4 marathon heb ik me al opgegeven.

cc-foto: anataman

Ze gebruiken te vaak we

Op Twitter deelde Roos Vonk een ingezonden brief waarin een pleidooi werd gehouden tegen het gebruik van ‘we’ in journalistieke artikelen. Als bijvoorbeeld in “toch zijn we kwetsbaar”. De tot op het bot geërgerde lezer had er zelfs zijn abonnement op De Correspondent, waar ze graag ‘we’ schrijven, voor opgezegd.

Wat is er mis met we? “Is deze generatie zo door zichzelf geobsedeerd dat ze de buitenwereld met ‘we’ zijn gaan verwarren?” vraagt de briefschrijver retorisch. De jeugd heeft het weer gedaan. Die onuitputtelijke bron van ergernis verdwijnt nooit.

Je zou natuurlijk kunnen redeneren dat een correspondent niet in ‘we’-termen kan schrijven. Hij of zij is immers ergens waar de lezer niet is, dat is het kenmerk van een correspondent die tussen het eigen publiek en de anderen in staat. Een correspondent in Duitsland die ‘we’ gebruikt, heeft die het over de Duitsers of de Nederlanders? Maar ja, De Corrrespondent is natuurlijk maar gewoon een naam. De Telegraaf krijgt nieuws ook niet in morse binnen. Stop.

We is het nieuwe men, zo wordt in een naschrift op de brief duidelijk gemaakt. Men is in de journalistiek taboe omdat onduidelijk is wie er mee bedoeld wordt. Het is een woord voor kookboeken – men neme – luidt een oude stelregel. Spaarzaamheid is ook geboden voor we, aldus de redactionele reactie op de brief.

Er ontspon zich onder de tweet van Roos Vonk een discussie over het gebruik van we en alternatieven. ‘Mensen’ bijvoorbeeld. Niet ‘we eten te veel vlees’ maar ‘mensen eten te veel vlees’. Wat meteen het probleem laat zien van ‘mensen’. Er zijn immers mensen die dat helemaal niet doen. Kortom, mensen moeten we niet willen.

Wat niet genoemd werd als alternatief is ‘jullie’. Dat werkt heel goed, in de zin dat het laat zien hoe alles dan in je hoofd kantelt. Jullie eten te veel vlees. Jullie kopen geen muziek meer. Helder. Interactief met de lezer, dat is toch wat jullie willen.

Jullie gaan vaak op vakantie. Jullie zijn verslaafd aan smartphones. ‘Jullie’ maakt duidelijk wat ‘we’ ongemerkt doet, je medeverantwoordelijk maken. ‘We’ is de softe versie van ‘jullie’ omdat de auteur zichzelf medeplichtig maakt. Dat maakt alles minder erg. ‘We moeten vaker sporten’. Ja, jij ook al?

Maar jullie werkt natuurlijk niet. Te direct. Te onaangenaam ook.

De Correspondent zou ‘we’ kunnen vervangen door ‘ze’. Je weet wat er dan gebeurt. Duizenden opzeggingen want de krant verandert met die ene woordenwisseling in een soort De Telegraaf. Ze pakken te vaak de auto. Ze leven steeds langer. ‘Ze’ is de lingo van de ontevredenen en afgunstigen.

Zo zie je dat het ene woord – we, jullie of ze – min of meer achteloos bepaalt hoe we over het nieuws en maatschappelijke zaken denken. Weten we dat eigenlijk wel?

Nooit geweten wat september betekent

Ik leg al jaren een paar keer per week dezelfde kilometerslange route af en nog overkomt het me met enige regelmaat dat ik ineens iets opmerk in het landschap dat me in al die honderden eerdere keren is ontgaan: een watertoren, een boerderij, een reclamebord, een nederzetting aan de horizon of iets anders in het oog  springends.

Hoe kon ik dat niet gezien hebben? Het is een vraag die een kettingreactie losmaakt en me de rest van de reis gepieker oplevert over wat ik dan allemaal nog meer niet gezien, gehoord of anderszins opgemerkt heb. Dat is toch een existentiële vrees, dat het leven aan je voorbij trekt en dat je er te weinig van meekrijgt. Daarom gaan mensen denk ik bungeejumpen, bergbeklimmen, op expeditie of op reis naar bezienswaardigheden die je eigenlijk thuis op het scherm veel beter kunt zien dan tussen de drommen lotgenoten.

Om het gevoel dat ik alles, of minstens te veel, mis in het leven een beetje te dempen, heb ik tijdens de vakantie het gebruik van social media drastisch beperkt. Want dat is zoals bekend een belangrijke oorzaak van de fomo-ziekte, de angst iets te missen. Behalve Instagram dan, daar bleef ik gewoon posten en browsen om te zien wie er nog veel fijnere vakanties hadden want je kunt nu eenmaal maar beter niet honderd procent consequent willen zijn. Voor je het weet ben je veranderd in een fundamentalist.

Bij het ontwaken op de eerste werkdag, in de zeer vroege ochtend, wierp ik weer eens een blik op Twitter en daar zag ik meteen een bericht waar ik van schrok. Precies de reactie waar het medium voor bedoeld is. In het begin werd de wereld geschokt door mededelingen als ‘ik drink koffie’ – hele columns werden er vol over geschreven – maar dat is inmiddels geëvolueerd, volgens het darwinistische recht van de schokkendste. De tweet ging niet over Trump of enig ander mogelijk einde van de wereld – dat is inmiddels het nieuwe koffiedrinken – maar over de namen van de maanden van het jaar.

Ik had er als mavo-klant nooit bij stilgestaan dat september komt van het Latijnse woord septem wat zeven betekent. Dat was al een echte wake up call op de vroege ochtend. Hoe vaak heb ik niet september gezegd of gelezen in mijn leven? Wel duizenden keren en nooit is bij me opgekomen dat het van zeven komt. Ok, ik ken geen Latijn, dat is een verklaring maar nog geen excuus.

Daar bleef het natuurlijk niet bij. September is niet de enige maand die voor een getal staat. Octo is acht, novem is negen en decem is tien. Nooit geweten! Een verzachtende omstandigheid is dat september niet de zevende maar de negende maand is, octo de tiende, enzovoort. Dus als leek zou het je ook niet opvallen. En misschien dat ze het daarom op de mavo niet vertelden. Negen is zeven, er zijn grenzen aan wat je leerlingen kunt aandoen.

Zeven is negen komt, zo legt Ten Like Nessee Now op Twitter uit, omdat een Romeinse heerser het oorspronkelijke kalenderjaar dat bestond uit tien maanden uitbreidde met twee maanden: januari en februari. Wikipedia vertelt dat hij dat deed om de winter beter te organiseren. Voor die tijd begon het nieuwe jaar in maart, wat me trouwens een veel beter tijdstip lijkt. Een nieuwe lente, een nieuw begin.

Minder geweldig aan de oude indeling is dat de Romeinse week 8 dagen telde, tenzij dat zou betekenen dat een weekend drie dagen lang is. Dat zou weer mooi zijn. Een lang weekend is dan vier dagen en zijn we eindelijk verlost van de vraag hoe lang een midweek precies is, nog zo’n kwestie die me al te vaak, te lang heeft beziggehouden.

Ik herinner me van school de ezelstrucjes om het aantal dagen van de maand te onthouden, de indeling van de seizoenen maar dit heb ik nooit geweten. Hoeveel dingen moeten er dan wel niet in het dagelijks leven zijn die ik ook niet weet? En terwijl ik dit opschrijf, bekruipt me het besef dat het me misschien wel eens verteld is, of dat ik het eerder heb gelezen maar weer ben vergeten. Dat stelt ook niet gerust. Want hoe kan het dat ik iets vergeten ben dat ik nu zo interessant vind?

Je begrijpt, dit is geen gemakkelijk leven. Misschien lijd ik wel aan agnosiofobie. Nooit van gehoord? Ha, ik nu wel!

Goede voornemens

Goede voornemens worden gezien als het jaarlijks gevecht tegen de bierkaai. Een strijd die zinlozer is dan de War on Drugs. Een hopeloze poging om nog wat van je leven te maken. Ik ging altijd mee in dat cynisme. Onterecht ontdek ik nu. Misschien is mijn leven zonder dat ik het doorheb zo waardeloos dat ik ieder lichtpuntje als een nieuw sterrenstelsel zie maar dan nog is het in ieder geval hoop. En hoop heb je als er niks is, omdat het beter is dan niks.

Natuurlijk zijn de goede voornemens vaak te ambitieus om ze echt te realiseren maar dat hoort ook zo. Als je al je goede voornemens ook daadwerkelijk realiseert dan waren ze te makkelijk. Dan is het is als de handelaar die boos wordt als je niet afdingt en jij direct betaalt wat hij vraagt, want zo blijft hij met het idee zitten dat hij hoger had kunnen inzetten.

New Year's ResolutionsIk nam me begin dit jaar onder meer voor af te vallen, meer te lezen, minder sociale media te doen, meer te sporten. Dat laatste lukt dankzij Nasrdin Dchar die het fenomeen #runwithnas startte: iedere zondagochtend om 10:30 verzamelen voor de Beach House in het Kralingse Bos en dan een rondje van 5 km rond de Plas rennen. Sinds ik dat doe, sport ik ook doordeweeks wat vaker. Afvallen is natuurlijk de jojo die hoort bij bureauwerk waar je, zonder dat je er erg in hebt, weinig beweegt en veel vreet maar ik weeg wel 4 kilo minder dan vorig jaar rond deze tijd. En mijn voornemen om meer te lezen lukte ook. Ik las 14 boeken, meer dan in het jaar daarvoor.

Een van de dingen die me helpen is de app Streaks die ik sinds enige tijd gebruik. Je stelt er maximaal zes doelen in die je wilt halen. 3x per week sporten bijvoorbeeld. Of voor 00:00 uur gaan slapen. Dat lukt – natuurlijk – niet elke dag maar helpt je wel om vaker te doen wat je eigenlijk zou willen doen. En om die doelen zo vaak mogelijk opeenvolgend te halen. Ik heb als dagelijkse doelen onder meer 15 minuten in een boek lezen, 30 punten halen in DuoLingo, 10 trappen lopen. Natuurlijk hou ik dat niet vol maar zonder de app zou ik het helemaal niet doen.

Goede voornemens zijn een eenvoudige manier om je af te vragen wat je aan je leven en jezelf zou willen veranderen. Dat op zich lijkt me al een goed voornemen.

Ik wens jullie allemaal een mooie jaarwisseling, een gelukkig 2016. En goede voornemens.

Ochtendnieuws

Ik houd niet van verhalen die beginnen met ‘vroeger’, daarom zet ik deze zin ervoor want eigenlijk begon dit stukje zo: Vroeger werd ik ’s ochtends wakker en las ik als eerste de krant. Nu word ik wakker en lees ik als eerste Twitter, om te zien wat er die nacht is gebeurd. En daarna de krant, om te lezen wat er gisteren is gebeurd en wat ik daar nog niet van weet. Dat laatste wordt met het jaar minder. Uiteindelijk zal dat verdwijnen.

De vraag is of dat komt omdat ‘de krant’ dan door Twitter, Facebook en consorten is verdrongen of dat de krant de nieuwsfunctie heeft terugveroverd. Voordat je als digitaliër in hoongelach uitbarst: dat laatste zie je bijvoorbeeld bij live blogs, die bij rampen en andere crises de effectiefste manier zijn om nieuws te volgen zonder al je tijd er aan kwijt te raken.

Money for NothingVanochtend postte Reint Jan Potze, presentator van een ochtendprogramma bij Radio Rijnmond dat ik voornamelijk via Twitter volg, de volgende woorden:
@ReintJanPotze:
We gotta install microwave ovens
Custom kitchen deliveries
We got to move these refrigerators
We got to move these color TV’s
#np

Het is een tekst die iedereen die naar mainstream radio luistert al 100.000 keer gehoord heeft. Ik las de woorden en hoorde in mijn hoofd gelijk de muziek zonder dat de radio aanstond. Maar voor het eerst viel me iets op. Het enige woord uit dat refrein dat de 21e eeuw niet overleefd heeft is ‘color tv’s’. Wie zegt er nog kleuren-tv’s? Niemand. Ze zijn niet verdwenen maar als begrip bestaan ze niet meer. Daar valt heel veel over te zeggen maar in die zin heeft de krant de kleurentv toch maar mooi verslagen. Wie had dat vroeger gedacht?

De dood van Twitter

Twitter gaat dood. Tenminste als ik de berichten moet geloven. Dat betekent niet dat je alvast een nieuw pak voor de begrafenis moet kopen. Er zijn ook al tientallen jaren berichten dat de kranten doodgaan, of de tv, of de radio. Doodverklaren is een populaire hobby onder mensen die op dat moment meestal verder niet veel te melden hebben. Vooral ook op Twitter.

Overigens is dat inmiddels het medium waar ik het vaakst overlijdensberichten lees. Het ‘goh, die… jee, wat erg’ dat vroeger was voorbehouden aan het scannen van overlijdensadvertenties. Nu zie ik de berichten op Twitter maar dan zonder pakkende strofe uit een gedicht, zonder de namen van familieleden die achterblijven, zonder plaats van ter aarde bestelling, zonder ‘liever geen bloemen’. Misschien dat een nieuwe ceo nog eens met het plan komt om overlijdensadvertenties in Twitter te gaan verkopen. Want bakken met geld verdienen is ook op internet lastig. Het is een rodeo van cash cows, slechts weinig cowboys blijven lang genoeg in het zadel.

cc-foto: Rosaura Ochoa

cc-foto: Rosaura Ochoa

In een poging het tij te keren wil Twitter het aantal tekens van dm’s uitbreiden tot voorbij de magische grens van 140 tekens. De vraag is waarom ze het dat ook niet meteen met de gewone berichten doen. De 140 tekens werden ooit, lang geleden, wel bijna 10 jaar, ingesteld om te voldoen aan de beperkingen van sms. Maar sms is inmiddels de fax onder de messagingmiddelen. Laat dat los en je hebt een nieuwe Facebook. Of Hyves, dat kan natuurlijk ook.

Als Twitter dood gaat, en waarom zou het dat niet doen, in de popcultuur waar het onderdeel van is, is sterven de zekerste manier om onsterfelijk te worden, dan komt dat niet alleen door de trollen en haters die het terras dat Twitter is, hebben omgeven met donkere steegjes.

Twitter gaat ook dood door het nieuws, het fenomeen waar het zo groot door is geworden. Het is verworden tot een ‘curated rss-feed’, om maar eens wat Wired-speak te gebruiken. Ik scroll door mijn timeline en zie hoofdzakelijk mensen dingen aanbevelen. Lees dit, lees dat. Soms denk ik wel eens dat de verzenders het artikel zelf niet eens gelezen hebben maar alleen een tweet willen sturen. Ik beken, ik heb dat zelf wel eens gedaan. Twee keer. Nee, drie. Of vijf. Twitter begon als terras waar iedereen koffie dronk en elkaar bekeek, nu is het een terras waar iedereen achter een krant zit en wat om zich heen roept, zonder op te kijken of er geluisterd wordt.

Toen Twitter werd geïntroduceerd stelde het de gebruiker de simpele maar essentiële vraag ‘what are you doing?’ Het leidde tot een melkweg aan berichten over koffie en wc’s maar toch was dat de grote charme. Twitter hielp me met hardlopen, met concertbezoek, met koken. Ik zag mensen dingen doen en dacht ‘dat wil ik ook’. Dus ging ik ze ook doen. Want mensen doen altijd wat anderen doen. Totdat iedereen er mee ophoudt. Zoals nu misschien met Twitter. De vraag is wel waar en hoe ik het definitieve overlijdensbericht dan zal lezen.